Vorige pagina


Keer uzelf eens een belastingvrij dividend uit

7/05/2019

Heel wat Belgen parkeren hun spaargeld bij voorkeur op hun spaarrekening. Het is echter de intentie van de regering om spaarders ertoe aan te zetten om hun “slapende” gelden actief te investeren in bedrijven (lees: aandelen). In de Programmawet van 25/12/2017 voorziet de wetgever hiertoe in twee fiscale maatregelen die van toepassing zijn vanaf AJ 2019.

Enerzijds heeft de wetgever het plaatsen van geld op spaarboekjes minder interessant trachten te maken door het vrijstellingsbedrag dat geldt voor intresten van gereglementeerde spaardeposito’s te halveren. In AJ 2019 wordt de eerste schijf van intresten uit deze spaarrekeningen tot € 960,00 op jaarbasis vrijgesteld van belastingen (waar dit in de oude regeling € 1.920,00 zou geweest zijn). Het deel boven deze eerste schijf dient net als vroeger aangegeven te worden in de aangifte personenbelasting en zal daar een belasting aan 15% ondergaan. Gezien de historisch lage rentevoet op spaarrekeningen, zal de impact van deze daling van het vrijstellingsbedrag bij velen onder ons jammer genoeg onbestaand zijn…

Anderzijds introduceerde de wetgever een nieuwe belastingvrijstelling voor dividenden om beleggingen in aandelen aan te moedigen. In AJ 2019 wordt de eerste schijf van dividenden tot € 640,00 op jaarbasis vrijgesteld van belastingen. Voor AJ 2020 wordt deze vrijgestelde schijf zelfs verhoogd tot € 800,00 op jaarbasis. De vrijstelling geldt bovendien per persoon én zowel voor binnen- als buitenlandse dividenden. Hou er rekening mee dat de recuperatie van de ingehouden roerende voorheffing via de aangifte personenbelasting gebeurt. De impact van de vrijstelling voelt u dus niet onmiddellijk.

Gezien de regering rechtstreekse investeringen in bedrijven wil aanmoedigen, heeft zij enkele dividenden uitgesloten van deze vrijstelling. De voornaamste zijn de volgende:

  • Dividenden uitgekeerd door juridische constructies of verkregen door tussenkomst van juridische constructies (vb. stichtingen en trusts);
  • Dividenden van instellingen voor collectieve beleggingen (ICB’s);
  • Dividenden verkregen door tussenkomst van gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

We verduidelijken de impact van de belastingvrijstelling op dividenden met onderstaand voorbeeld.
Piet en Sabine zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. De vennootschap waarvan Piet de enige vennoot is keert op de Algemene Vergadering van
31/05/2019 een dividend uit van € 1.600,00. Op dit dividend wordt er 30% roerende voorheffing (i.e. € 480,00) ingehouden. Piet en Sabine ontvangen bijgevolg een nettodividend van € 1.120,00. Gezien zij gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel, wordt het uitgekeerde dividend geacht voor 50% toe te komen aan Piet en voor 50% aan Sabine. In de veronderstelling dat Piet en Sabine geen andere dividenden ontvingen in AJ 2020, zullen ze in hun aangifte personenbelasting van AJ 2020 de oorspronkelijk ingehouden roerende voorheffing van € 480,00 kunnen terugvorderen. Ze hebben m.a.w. het dividend van € 1.600,00 belastingvrij kunnen uitkeren.

De belastingvrijstelling voor dividenden biedt u als belegger de mogelijkheid om een gedeelte van uw ontvangen dividenden van belasting vrij te stellen. Indien zou blijken dat de schijf van € 800,00 voor AJ 2020 nog niet opgevuld werd, kan u zichzelf als aandeelhouder/vennoot een dividend toekennen om de vrijstelling alsnog optimaal te benutten. Dit (kleine) cadeautje van de regering laten we niet graag aan ons voorbij gaan en volgen we dus samen met u op.

Auteur: Ward Bouckaert (2 mei 2019)