Vorige pagina


Intresten te kies en te keur

29/03/2019

We hebben u een update van enkele intresten voor te stellen: de wettelijke intrestvoet in handelszaken is voor het eerste semester van 2019 op 8% gezet. Is er een particulier in het geschil betrokken, dan gaat de intrestteller niet hoger dan 2% in 2019. Die intresten kamperen nu al drie jaar op dat niveau.

Er is echter één intrest die niet standvastig is, maar meer standvastig opwaarts beweegt, namelijk de intrest die u moet betalen wanneer u persoonlijk geld leent uit uw vennootschap.

Als u dat gedaan hebt gedurende het jaar 2018, zal u een intrestvoet van 8,94% aangerekend worden. In 2017 was dat nog 8,78%. Weliswaar kan het nog erger: in 2016 zagen we 9,27% verschijnen en in 2014 9,20%.

En natuurlijk lijkt het nu logisch om te gaan veronderstellen dat de intrest die u mag vragen aan uw vennootschap wanneer u persoonlijk geld uitgeleend heeft aan uw vennootschap, ook gestegen is. Maar we zullen u ontgoochelen: het lijkt misschien veiliger dat niet te doen. Weet namelijk dat de wetgever in het zomerakkoord van 2017 die creditintrest vanaf 1/1/2020 afhankelijk gemaakt heeft van de MFI-rentevoet van de maand november van het voorgaande jaar. Die was toen in 2017 (dus referentie november 2016) gelijk aan een schamele 1,69%... U mag bovenop die rentevoet maximaal 2,5% rekenen. En ge moogt nu eens drie keer raden wat die intrestvoet sedert dan gedaan heeft: referentiemaand november 2018 geeft nog 1,59% weer… Dus mochten we het systeem nu in 2019 al moeten toepassen, dan zouden we maximaal op 4,09% komen. Dus minder dan de helft van wat de debetintresten bedragen!

Auteur: Jan Baert