Vorige pagina


Levert de Sint, de Kerstman of godbetert de Paashaas het Zomerakkoord?

14/12/2017

Nog iets minder dan 20 dagen scheiden ons van 1 januari, de dag waarop het veelbesproken Zomerakkoord in werking zou moeten treden. Maar nog steeds wijzigt er zowat elke dag wel iets. Normaal wordt de kogel op vrijdag 8 december op de Ministerraad door de kerk gejaagd en zouden we eindelijk weten waar we aan toe zijn. Toch alvast een kleine bloemlezing van de laatste wijzigingen…

Verbod op het aanleggen van voorzieningen: niet absoluut.
Vanaf 1 januari zullen inderdaad enkel die voorzieningen kunnen aangelegd worden waarvan het bestaan en het bedrag reeds zeker zijn op de laatste dag van het boekjaar. Dus doemdenkverzinsels als “we gaan de goten moeten herschilderen elke 5 jaar en dat zal wel € 25.000,00 kosten…” zullen niet meer op fiscale clementie kunnen rekenen. Een belangrijke nuance komt ons nu ter ore: indien reeds voorzieningen aangelegd werden in 2017 of eerder voor een specifiek geval, dan zullen deze ook in 2018 uitgebreid kunnen worden volgens de oude regeling. Dus zwartgallige creatievelingen onder u: laat u nu nog een laatste keer gaan met het fantaseren wat allemaal kan als kosten op uw hoofd vallen in de toekomst! Let wel: uw tegenpartij zal nog meer dan vroeger met het fileermes klaar staan om het probabiliteitsgehalte van uw idee te decimeren…

Intrest rekening courant: nu nóg minder leuk.
De debetintrest zou gelijk worden aan de creditintrest en een vastgelegd percentage bedragen? Neen, het wordt erger: voor creditintresten zou de “MFI-rente” van de maand november van het voorgaand jaar (vind je op de site van de NBB terug), verhoogd met 2,5% als maximum gelden. Dat is voor 2018 gelijk aan 1,7%+2,5% = 4,2%. Pas op: dat is een maximumgrens, dus dit percentage klakkeloos toepassen zou geen zekerheid geven op een goedkeurende knik van uw controleur. Moraal van het verhaal: het spelletje “hoger-lager” zou nog steeds van toepassing zijn op de discussies rond het tarief, maar nu op een veel lager niveau (letterlijk en figuurlijk). Daarenboven zou de debetrente “gelijkaardig” vastgelegd worden, dus wellicht MFI-rente met een surplus in de contouren van 4,5% wat ons brengt op 6,2%? Billijkheid is een uitgestorven dier in fiscalibus…

Tax shelter: systematiek gered en toch soms ook weer niet.
Gelukkig voorzien de teksten een aanpassing van de huidige 310% naar een hogere multiple om zo de compensatie van de lagere vennootschapsbelastingtarief te realiseren en het blijvend interessant te maken om in te tekenen op een tax shelter-verhaal. Dat tarief wordt namelijk volgend jaar 356% en daarna 421% zodat de subsidiemolen richting films en podiumkunsten kan blijven draaien, behalve voor die (fiscale én vennootschapsrechtelijke) KMO’s die zullen kunnen genieten van het verlaagd tarief van 20% op de eerste € 100.000,00. Daar zal een tax shelter namelijk een negatief rendement genereren! Dus bye bye aan de opbrengsten van pakweg 8,5% voor die groep die maximaal profiteert van de hervorming. Die likkebaarden al genoeg, zullen we maar denken...

Ontsnapt u aan de € 45.000,00 minimale-bezoldiging-boete van € 4.500,00 per vennootschap?
Wie een hele ketting aan vennootschappen heeft, zou al wel eens zure oprispingen kunnen krijgen bij het idee om overal ófwel € 4.500,00 boete te betalen ófwel overal € 45.000,00 wedde uit te halen. Er doet nu een denkpiste als een lopend vuurtje de ronde die stelt dat verbonden vennootschappen die allemaal één en dezelfde zaakvoerder/bestuurder hebben, de boetes aan zich zullen zien voorbij gaan wanneer die persoon minimaal € 75.000,00 persoonlijk inkomen uit die vennootschappen opstrijkt. En wat als mevrouw mee zaakvoerder/bestuurder is? Dikke pech, want dat is niet langer “één bestuurder”? Het lobbynetwerk draait overuren, benieuwd wat er in de ongetwijfeld olifantdikke versie van het Belgisch Staatsblad op 31 december zal te lezen zijn.

Geld tekort voor een effectieve snelle kapitaalvermindering nog in 2017?
Eerdere horrorberichten dat u beter niet nog snel een kapitaalvermindering doorvoert indien u die niet effectief in speciën kan uitbetalen, worden intussen weerlegd door het ontwerp van wettekst. Dat geeft namelijk aan dat het de expliciete bedoeling is van de regering om u de ultieme kans te geven nog eens in het vermogen van uw vennootschap te graaien (mits tig veel voorwaarden en overwegingen, dat wel).

Nu rest ons enkel nog de vingers te kruisen dat de BBI zich straks weer niet geroepen voelt om dwars te liggen en haar controleurs op pad te zenden met een tegenovergestelde missie. Ze heeft dat namelijk een paar maand geleden al eens gelapt met de uitkeringen aan 10% van vóór 1 oktober 2014, toen moest de minister hardhandig ingrijpen. We hopen dat diegenen die zeggen dat het ezels zijn, gelijk hebben: die stoten zich namelijk geen tweemaal aan dezelfde steen…

Auteur: Jan Baert