Vorige pagina


Nieuwe regels van de vennootschapsbelasting: nog veel onduidelijkheden…

12/09/2017

Er zijn veel reacties gekomen op het akkoord dat de regering aankondigde, sommige laaiend enthousiast, sommige pseudo depressief met omineuze ondertoon. Het belangrijkste wat we nu al weten… is dat we eigenlijk nog niets weten… Het is zelfs zo dat het duidelijk wordt dat ook de regering nog niet weet hoe alles er precies zal uitzien. We kunnen nu dus weinig meer doen dan onze belofte herhalen dat we alles voor u nauwgezet zullen uitpluizen, maar we zullen deze belofte pas gestand kunnen doen eens de beslissingen uitgeschreven zijn in nieuwe wetten.

Niettemin wensen we hier al eens kort stil te staan bij die zaken die minder leuk worden. Dit tempert ons initieel enthousiasme over het geheel niet: we hebben de langverwachte en broodnodige tariefverlaging binnen en dat stemt ons nog steeds zeer positief. Maar we kunnen niet uitsluiten dat iemand tot de vaststelling zal komen dat hij/zij precies altijd tegen de lamp van de negatieve maatregelen loopt en telkens de positieve aspecten net aan zijn/haar neus ziet voorbijgaan…

De dreun van € 4.500,00 jaarlijkse sanctie per vennootschap
We beginnen met wat wellicht de zuurste appel zal blijken te zijn: elke vennootschap wordt geacht minstens € 45.000,00 bruto-bezoldiging aan één natuurlijk-persoon-bestuurder te geven. En als je dat vertikt toe te kennen? Dan verlies je als KMO het verlaagd tarief (20% op de eerste € 100.000,00 vanaf 2018) én voor alle vennootschappen geldt dat er een (van de winst aftrekbare) “boete” moet betaald worden gelijk aan 10% van wat er “te kort” aan wedde betaald werd, dus maximaal gaat dat jaarlijks over € 4.500,00!

Geen paniek echter:

  • Er moet nooit meer wedde toegekend worden dan het bedrag van het belastbare resultaat. Dus als je «maar» € 25.000,00 winst hebt na bezoldiging, dan loop je geen sanctie op als je wedde minstens ook € 25.000,00 is.
  • Bij groepen van vennootschappen zal het zaak zijn om de winsten te kanaliseren naar één vennootschap (die waar een afdoende wedde in zit) om zo te bekomen dat de andere vennootschappen van de uitzondering uit het vorige puntje kunnen genieten. Natuurlijk zal de fiscus deze bewegingen met argusogen bekijken, want overal waar ze kan bekomen dat er een grotere winst is dan € 45.000,00 én er geen wedde is, verdient ze € 4.500,00… Moraal van dit verhaal: planning zal nóg belangrijker worden!

De castratie van de notionele intrestaftrek
De notionele intrestaftrek was al verschrompeld tot een “aftrekje” gezien het percentage dat je op het eigen vermogen mag loslaten voor KMO’s zegge en schrijve ochottekes nog 0,737% is. Heb je dus een eigen vermogen (na een resem correcties waar we hier nu even abstractie van maken) van € 1.000.000,00; dan ben je al verre van een arme jongen, maar toch bespaarde je met het huidige standaardbelastingtarief maar € 2.505,06. Dat is een mooie som, maar geef toe: om een deftig rendement op dat eigen vermogen te verdienen, betaal je spectaculair veel meer belastingen dan de notionele intrestaftrek die u bespaart. Voor fiscale niet-KMO’s gaat het over een € 800,00. Welnu: de notionele intrestaftrek zal enkel nog op de stijging van het eigen vermogen mogen berekend worden. Dat noemen wij een de facto afschaffing ervan: 

  • De getallen zullen doen denken aan Contador’s beroemde verdediging: «serro serro serro serro serro…»
  • De winsten in dochtervennootschappen zullen we proberen naar de moeder te duwen om de € 4.500,00 sanctie van hierboven te vermijden (dus zal het eigen vermogen normaal niet straf stijgen) en bij de moeder geldt dat ze veelal geen notionele intrestaftrek heeft omdat de aanschafwaarde van de dochtervennootschap nu net een correctie is waarmee haar eigen vermogen moet verminderd worden…

Zo mogelijk nog straffer: voer je een kapitaalverhoging door, dan zal de stijging van het eigen vermogen niet ineens meetellen, maar uitgesmeerd moeten worden over 5 jaar. Het is om helemaal tureluurs van te worden. Alsof fiscalisten nog geen werk genoeg hebben. Nu gaan we dit ook al weer apart mogen gaan bijhouden. Nu Quicky z’n vader teruggevonden heeft, vindt de regering misschien best de administratieve vereenvoudiging van Quicky terug…

Het illegaliseren van degressieve afschrijvingen en het opleggen van pro rata afschrijvingen
O, wat was dit een koddig fiscaal speeltje: de degressieve afschrijving in combinatie met het niet-pro-rata afschrijven! Hebben we wat winst te veel en hebben we gelukkig op de laatste dag van het boekjaar een machine/bestelwagen gekocht voor € 10.000,00? Geen nood, hocus pocus, we schrijven niet pro-rata af en de machine die amper gedraaid heeft, is ineens € 2.000,00 minder waard want op 5 jaar schrijven we dat ding af. Maar, simsalabim, we kunnen ook degressief afschrijven. Dat gaat dubbel zo hard: dus smelt er € 4.000,00 van de winst weg. Aan 33,99% is dat € 1.359,60: als dat geen leuke korting op de aankoop geeft? Weemoed vult onze harten denkend aan dit ontroerend verhaal. In de toekomst zal onze machine/bestelwagen uit het voorbeeld nog maximaal voor € 5,48 mogen afgeschreven worden in het jaar van aankoop. Dat is 730 keer minder. We doen niet de moeite om de belastingbesparing in dit extreme voorbeeld uit te rekenen, u bent zo al mee in den triestigen draai…

De tsunami van de belasting op meerwaarden op aandelen
Verkoopt uw vennootschap aandelen van een andere vennootschap, dan was het heel vroeger heel simpel: geen belasting, nada, noppes. Sedert de passage van Premier Di Rupo weten we dat grote vennootschappen steeds 0,4% betalen op de meerwaarde op aandelen en dat alle vennootschappen 25% betalen op de meerwaarde die ze halen als ze binnen het jaar na de aankoop de aandelen verkopen. De 0,4% wordt nu afgeschaft en de volgende regel wordt ingevoerd: vrijstelling van de gerealiseerde meerwaarde is onmogelijk, tenzij aan de DBI-voorwaarden voldaan wordt. Dat is simpel gezegd het volgende:

  • Ofwel heeft u minstens 10% van de aandelen
  • Ofwel bedraagt uw participatie minstens € 2.500.000,00.

Kort samengevat: geen nood bij gewone verkoop van normale dochtervennootschappen. Maar dikke pech bij vennootschappen die op de beurs beleggen. Enkel de Warren Buffet’s of Marc Coucke’s onder ons zullen participaties van meer dan 10% of € 2,5 mio per aandeel riskeren, de rest zal gewone vennootschapsbelasting betalen op alle beurswinsten…

Het monddood maken van de voorzieningen en vooruitbetaalde kosten
Ook dit was een lievelingetje: komen we te veel winst uit, dan gaan we even nadenken over welke kosten volgend jaar wel eens onze richting zouden kunnen uit komen en daar nemen we dan een “voorschot” op. Denk aan het schilderen van dakgoten en het herleggen van de tapis-plain. Leuk. Veel discussies over gehad, maar wie niet waagt, blijft maagd, nietwaar? Nu stopt die kermis: enkel indien een verplichting bestaat op de laatste dag van het boekjaar, kan een voorziening daar fiscaal enkel met tandengeknars kon op reageren: het hoofdbestuur had deze werkwijze aanvaard. Jammergenoeg zal de wet nu voorzien dat dat niet meer kan: de boekhoudwet moet fiscaal gevolgd worden en dus dienen de kosten gespreid over de jaren waarop ze slaan. We druipen af als kindjes die hun favoriete snoepje ontzegd worden.

De keuzebeknotting bij kapitaalverminderingen
Heeft u in het kapitaal zowel in geld gestort kapitaal (dit valt zonder extra belasting uit te keren aan de aandeelhouders) en geïncorporeerde reserves (deze zijn aan roerende voorheffing onderhevig bij uitkering), dan mag u vrij kiezen uit welk vaatje u tapt voor de kapitaalvermindering. Niet vergeten in de akte te zetten, of er wordt een pro rata toegepast. Het zal u amper verwonderen dat we uit het vaatje “in geld gestort” tapten tot het tot de laatste cent leeggetapt was, vooraleer we vonden dat ook wat reserves behoorden tot de uitgekeerde kapitaalvermindering. Deze lol is nu ook voorbij: pro-rateren is een verplichting geworden.

Gelukkig worden de in kapitaal geïncorporeerde liquidatiereserves hierbij niet in dezelfde soep gedraaid. Deze zullen we nog apart kunnen behandelen zodat bij kapitaalvermindering hiervan, er geen potpourri moet berekend worden. Notarissen smeren best alvast de kuiten in, want het einde van de wachttermijn van 5 jaar begint in veel gevallen aan de horizon te dagen. U herinnert zich misschien wat we bij de aanleg gezegd hebben: “U betaalt nu 10%, na 4 jaar wachten kan u dat er zonder extra belasting weer uithalen, maar doe dat dan ook zodra je kan, zo snel je kan, vooraleer de staat zich bedenkt en toch een extra roerende voorheffing gaat opleggen”. We herhalen dit vandaag en zullen velen onder u dus net na het jaareinde wellicht wat op kosten jagen om eens bij de notaris te passeren. Maar, ’t is voor het goede doel: uw spaarvarkentje…

Auteur: Jan Baert