Vorige pagina


Zorg ervoor dat u niet opdraait voor de schulden van uw aannemer

16/01/2017

Voert u of uw vennootschap als (onder)aannemer of als opdrachtgever werken in onroerende staat uit en doet de term ‘inhoudingsplicht’ niet onmiddellijk een belletje rinkelen, dan neemt u best even de tijd om dit artikel grondig door te nemen.


U of uw vennootschap bent namelijk verplicht als aannemer, onderaannemer of zelfs als opdrachtgever van werken:
• in onroerende staat,
• die vallen onder het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten,
• in de vleessector,


na te gaan of de (onder)aannemers waarmee u in zee gaat sociale en/of fiscale schulden hebben. Let op, deze regeling is veel ruimer dan u op het eerste zicht zou denken. De bakker die een nieuwe toonbank laat installeren of de verzekeringsmakelaar die haar kantoor laat schoonmaken vallen ook onder deze regeling. Bouwt u als natuurlijke persoon voor loutere privédoeleinden, dan hoeft u zich geen zorgen te maken.

Inhoudings- en doorstortingsplicht
Heeft uw (onder)aannemer schulden bij de sociale zekerheid, dan moet u in principe een bedrag van 35% van het bedrag van de factuur, exclusief BTW, inhouden en doorstorten naar de RSZ. Is het factuurbedrag hoger dan € 7.143,00 excl. BTW, dan moet u het in te houden bedrag beperken tot 35% van het factuurbedrag of de bestaande schuld indien deze lager is. Hiervoor moet u een attest vragen aan uw aannemer of onderaannemer waaruit het exacte bedrag van zijn sociale schulden blijkt. Dit attest is gedurende een periode van 20 dagen geldig. Wordt het attest u niet voorgelegd binnen de maand vanaf uw verzoek, dan houdt u automatisch 35% van het factuurbedrag in.


Hetzelfde geldt voor schulden tegenover de fiscus. U moet opnieuw nagaan of er nog eventuele openstaande schulden zijn en desgevallend 15% inhouden en doorsturen naar de Staat. Ook hier geldt dezelfde regeling als de factuur het bedrag van € 7.143,00 excl. BTW overschrijdt. U moet een attest opvragen waaruit de openstaande schuld van uw aannemer blijkt en u moet de storting beperken tot het bedrag van de schuld indien deze lager is dan 15% van het factuurbedrag.

We verduidelijken dit met het volgende voorbeeld. Stel, u bent een factuur verschuldigd van € 5.000,00 aan een aannemer. Na controle blijkt dat de aannemer in kwestie nog sociale schulden heeft. U moet dan 35% van het factuurbedrag, ofwel € 1.750,00 inhouden en doorstorten aan de RSZ. Gezien het bedrag lager is dan € 7.143,00 hoeft u geen attest te vragen.


Werkt u nog samen met een tweede aannemer aan dewelke u een factuur van € 10.000,00 verschuldigd bent, dan moet u in het geval ook bij hem, indien sociale schulden zouden blijken, een attest opvragen (dat hij op zijn beurt moet aanvragen bij de RSZ). U overschrijdt hier immers de drempel van € 7.143,00. Bezorgt hij u dit attest tijdig en blijkt de schuld kleiner te zijn dan € 3.500,00, dan moet u slechts de openstaande schuld inhouden. Bezorgt hij u het attest niet of laattijdig, of overschrijdt de openstaande schuld het bedrag van € 3.500,00, dan moet u 35% van het factuurbedrag of i.c. € 3.500,00 inhouden.


In het geval uw aannemer zowel sociale als fiscale schulden heeft, dan kan het zijn dat u in totaal tot 50% van het factuurbedrag moet inhouden. U stort dan respectievelijk 35% door naar de RSZ en 15% naar de Staat.


Hoofdelijke aansprakelijkheid
Lapt u bovenstaande regels aan uw laars, dan wordt u als opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk voor alle sociale schulden tot de totale prijs van de werkzaamheden uitgevoerd door deze (onder)aannemer, exclusief BTW. Deze wordt beperkt tot 65% van de totale prijs van de werken, exclusief BTW, in het geval de opdrachtgever reeds heeft moeten instaan voor de fiscale schulden.


Raadpleging databank
U gaat dus best vooraf na of uw (onder)aannemer nog fiscale en/of sociale schulden heeft of niet. U kan dit eenvoudig raadplegen via volgende hyperlink voor sociale en fiscale schulden of via de website: www.socialsecurity.be. Hiervoor heeft u enkel het ondernemingsnummer van de betrokken aannemer nodig. U kan dan eenvoudig het attest afprinten waarmee u kan aantonen dat alles in orde is. Het attest is enkel geldig tot de datum die vermeld staat op het attest. Het is dus bij de effectieve betaling van de factuur dat u moet nagaan of u eventueel een deel van de factuur moet inhouden. Is dit het geval, dan moet u daarenboven ook nog een kopie van de factuur opsturen naar de FOD Financiën indien het gaat om fiscale schulden.


Toch kan het zijn dat uw onderaannemer sociale schulden heeft en u geen bedrag moet inhouden. Dit kan wanneer de onderaannemer in kwestie uitstel van betaling gekregen heeft of de opgelegde termijnen strikt naleeft die hij bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing verworven heeft. Alles goed nagaan, is dus de boodschap!


Auteur: Sébastien Demaître