Vorige pagina


Btw en de voorschotregeling

1/01/2015

Btw en de voorschotregeling:  van start op 1 juli 2015!

 

Vóór 2013 diende u als leverancier de Btw op een voorschotfactuur onmiddellijk op te nemen in de Btw-aangifte van de maand of het kwartaal waarin de factuur werd opgesteld en dat ongeacht of deze reeds was betaald en/of de levering of de dienstprestatie al of niet was uitgevoerd. Langs de andere kant kon uw klant de Btw op de voorschotfactuur onmiddellijk in aftrek brengen.

 

Op 1 januari 2013 werden de Btw-regels m.b.t. de opeisbaarheid echter gewijzigd en zijn er een aantal specifieke regels van toepassing bij het factureren van voorschotten: bij het uitreiken van een factuur vooraleer de prestatie of levering werd verricht en vooraleer er een betaling werd ontvangen, is in principe de Btw voortaan nog niet opeisbaar door vadertje Staat en hoeft deze dus niet onmiddellijk aan de Schatkist te worden betaald.
De Btw is maar verschuldigd op moment dat het voorschot effectief is betaald of wanneer de dienstprestatie of levering effectief is uitgevoerd. De klant kan de Btw dus niet aftrekken.

Deze regeling geldt niet voor de tussenafrekeningen gezien bij deze laatste reeds een deel van de levering/prestatie werd verricht.

 

Deze nieuwe voorschotregeling zorgde in eerste instantie voor extra administratieve rompslomp. Een ander gevolg van de nieuwe regeling was dat de boekhoudprogramma’s moesten aangepast worden gezien er een matching nodig was tussen de financiële rapportering (betalingen) en de verkoop- of aankoopdagboeken.

Bij gebrek aan een definitieve oplossing voor de praktische problemen van voorschotfacturen werd voorzien in een overgangsregeling tot einde 2014, die onlangs terug werd verlengd tot 30/06/2015.

 

In een nieuwe beslissing komt de fiscus nu met een regeling waarmee men in veel gevallen kan vermijden de boekhoudsoftware te moeten aanpassen, door onder het nieuwe regime een reeks toleranties toe te staan waardoor de verwerking van voorschotfacturen in de boekhouding in feite dezelfde blijft als onder het oude regime. Deze toleranties sommen we even voor u op zodat u voortaan voorschotfacturen kan uitreiken volgens de regels van de kunst.

1. Voorschotfactuur kan definitieve factuur zijn

Om te kunnen spreken van een correcte factuur, moet onder meer de datum van de factuur zelf alsook de datum van het belastbaar feit (= datum waarop de prestatie of levering is verricht) of het tijdstip van opeisbaarheid als dat door een betaling vóór het belastbaar feit valt, op de factuur vermeld worden. Het probleem met een voorschotfactuur is natuurlijk dat die data nog niet gekend zijn. De fiscus staat nu toe dat als er een “vermoedelijke” datum van opeisbaarheid op de voorschotfactuur wordt vermeld, de voorschotfactuur als

een conforme factuur wordt beschouwd.

Als “vermoedelijke” datum kunnen de volgende data worden genomen:

  • De geraamde betalingsdatum
  • De ultieme betalingsdatum
  • De geraamde of de geplande datum van het belastbaar feit.

 

Voorbeeld

U reikt op 20/01/2015 een voorschotfactuur uit aan uw klant voor prestaties die zullen verricht worden op 30/01/2015.
Als factuurdatum wordt 20/01/2015 op de factuur vermeld en als vermoedelijke datum van opeisbaarheid 30/01/2015. Deze voorschotfactuur zal een definitieve factuur zijn.

Er geldt nog een extra tolerantie van 7 dagen. Die houdt kortweg in dat het vermelden van de factuurdatum zonder meer volstaat als het “belastbaar feit”, d.w.z. de levering, de dienstprestatie of de betaling, zich voordoet binnen de 7 dagen. In zo’n geval is de vermoedelijke datum van opeisbaarheid m.a.w. niet vereist.

 

2. Voorschotfactuur onmiddellijk in de Btw-aangifte

 

De uitgereikte voorschotfactuur mag onmiddellijk worden opgenomen in de Btw-aangifte m.b.t. de periode waarin de voorschotfactuur werd uitgereikt.
U hoeft dus niet meer te wachten op de betaling om de factuur op te nemen in de aangifte. Vadertje Staat zal er trouwens niet rouwig om zijn dat ze in bepaalde gevallen de Btw een maand of kwartaal vroeger zal ontvangen …

 

3. Afnemer krijgt de aftrek vroeger

 

Een derde tolerantie heeft betrekking op de verwerking van de voorschotfactuur bij de afnemer. De administratie staat toe dat uw klant de voorschotfactuur opneemt en dus de Btw volgens de normale regels aftrekt, in zijn Btw-aangifte m.b.t. de periode waarin de voorschotfactuur is uitgereikt, ook al is de prestatie nog niet verricht en werd de voorschotfactuur nog niet betaald.

Uw klant heeft ongeveer 3 maanden de tijd om een bewijs van opeisbaarheid van de Btw voor te leggen om het recht op aftrek te behouden. In die periode moet hij dan bijvoorbeeld het voorschot betaald hebben of moet de levering ontvangen of de dienst verricht zijn. Is dat niet gebeurd, dan moet de in aftrek gebrachte Btw worden herzien via vak 61.

 

4. Intracommunautaire verrichtingen

 

De nieuwe regeling vanaf 2015 geldt in principe niet voor de intracommunautaire voorschotfacturen.
Bij deze handelingen wordt de Btw slechts opeisbaar
(en de Btw aftrekbaar) bij het tijdstip van de levering of de verrichting van de dienst. Het is dus pas ten vroegste in de aangifte m.b.t. de maand van de levering of de dienst dat ze dient opgenomen te worden in de Btw-aangifte.

 

Conclusie

Vermeld vanaf 2015 op uw voorschotfacturen een “vermoedelijke datum van opeisbaarheid”. Neem hiervoor in de praktijk de vervaldatum. U hoeft die facturen dan niet te corrigeren als blijkt dat die datum niet correct is. Is het een inkomende voorschotfactuur met zo’n vermoedelijke datum, dan is de Btw direct aftrekbaar! Staat de vermoedelijke datum niet vermeld op de factuur en de 7-dagentolerantie is verstreken, dan mag u de Btw niet recupereren totdat de levering/prestatie werd uitgevoerd of het voorschot werd betaald.

Auteur: Wendy Vanhove