Vorige pagina


Nieuwsbrief december 2014

1/12/2014

 … en alles wordt nieuw

We zijn net een nieuw jaar in geduikeld en hoewel 2014 het warmste jaar sinds de waarnemingen was, denken we dat we toch nog wel voor wat hetere vuren zullen staan in 2015, ook al begint het buiten eindelijk dan toch te vriezen.

 

Of men de starre houding van de vakbonden in dit weer zal kunnen ontdooien, valt nog te bezien, maar we denken dat ook de begrotingscontrole nog voor aardig wat knikkende knieën zal zorgen! Gelukkig kondigt de Franse President Hollande net aan dat zijn al bijgestuurde rijkentaks nu finaal bij het grof huisvuil wordt gezet! U weet: als het in Parijs regent, druppelt het in Brussel en de grootste rabiëswoede bij de PS zal wellicht wat gaan liggen nu blijkt dat de Grote Roerganger uit Frankrijk ook tot de vaststelling komt dat jaloezietaksen niet de duurzame oplossing zijn naar een budgettair gezonde situatie?

 

Het woord “alles” uit de titel zal wel wat overdreven zijn, maar dat 2015 op fiscaal gebied een grand cru wordt, staat vast. We gaan hier niet beweren dat het vroeger allemaal beter was, en uiteraard zeker ook niet dat alle nieuwigheden ons wereldwijd zullen benijd worden, maar dat er aan de boom geschud wordt, zal bijna iedereen op de een of andere manier voelen. Of de oogst werkelijk ‘grand’ zal zijn naar kwaliteit, is bang afwachten; maar ‘grand’ zal in alle geval de liters inkt en de bergen papier zijn die eraan verkwist zullen worden. Alvast een aperitiefje van divers kaliber hieronder.

 

Vanaf dit jaar zullen de sociale bijdragen van zelfstandigen dus op hun inkomen van 2015 zélf berekend worden. Hèhè, op zo’n systeem wachten we al decennia. De hele zwik zal wel wat kinderziektes in zich hebben en her en der voor verrassingen zorgen, maar hele horden (beginnende) zelfstandigen hebben halve of hele hartaanvallen gekregen wanneer ze drie jaar na datum een afrekening kregen van hun sociale bijdragen (ook al werden ze door hun accountant preventief ingelicht daarover: het overschrijvingsformulier zelf uiteindelijk onder ogen zien maakte blijkbaar meer indruk dan een Poltergeist op klaarlichte dag tegenkomen). Daar zullen we alvast van gespaard zijn in de toekomst, al zullen sommigen nu het jaar zelf verschieten...

 

Daarnaast krijgen we ook te maken met het fenomeen van de aanleg van een liquidatiereserve. Jawadde, op ’t eind van het jaar fiscaal en financieel en vennootschapsrechtelijk optimaal afsluiten en naar maximale tevredenheid van stake- en aandeelhouders handelen was al geen kinderspel en nu gaat men er nog een extra dimensie aan toevoegen zodat het brouwproces van een ideale jaarrekening nog een extra niveautje hoger moet getild worden. Lees Barts artikel verderop om u in de geheimen van deze nieuwe alchemie te laten inwijden en u weet welke extra hoofdbrekens u nu weer geleverd werden…!

 

De horeca (of wat er straks nog van over is) krijgt nu eindelijk te kampen met iets dat de overheid “GKS” is gaan noemen, wat staat voor Geregistreerd KassaSysteem. Nu, mochten we een euro vangen bij elke keer dat de overheid zwoer dat er écht geen uitstel meer mogelijk was, we konden wekelijks eens gaan eten in een driesterren-boîte. En toch, we vrezen dat de deadline om zich te registreren (28 februari 2015) nu toch niet om te lachen is. De sector begint zich alvast te roeren en eerlijk gezegd: we vrezen dat zonder lagere lasten op personeel en zonder flexibelere personeelsregimes er heel wat etablissementen er pap zullen op leggen. Intussen kondigt de staatssecretaris voor fraudebestrijding Elke Sleurs al aan dat het niet de bedoeling is om de (witte) omzetten van 2015 te gaan vergelijken met de (misschien wel lagere want deels zwarte) omzetten van 2014 en eerder. Dat kennen we: als de vos de passie preekt, boer pas op uw ganzen…! Maar misschien wordt de soep wel opnieuw niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend, wie weet? Niettemin zullen we al onze cliënten met een horeca-exploitatie die valt onder de GKS-toepassing uitnodigen voor een seminarie waarbij we u een menu zullen voorschotelen van de diverse do’s and don’ts rond deze materie…

 

Als Kerstcadeautje kregen we ook het volgende onder de boom: Minister Peeters zou willen gebruik maken van de Europese Richtlijn om minder lasten op te leggen aan kleine ondernemingen: kleine ondernemingen zouden vrijgesteld worden om een sociale balans op te stellen. Uiteraard wordt hierbij een zoveelste definitie ingevoerd van wat “klein” nu weer is voor deze maatregel: minstens twee van de volgende zaken moeten van toepassing zijn: (1) minder dan € 350.000,00 balanstotaal, (2) minder dan € 700.000,00 omzet en (3) minder dan 10 werknemers.

Veel beloven doet natuurlijk de zotten in vreugde leven en daar rekent Minister Peeters ons blijkbaar toe want: (1) hij kondigt zelf al aan dat misschien een alternatieve rapportering zal komen in plaats van de huidige sociale balans (lees: dat spel gaat nog ingewikkelder worden, maar minder codes tellen). Maar vooral (2): die Europese Richtlijn laat héél wat meer vereenvoudiging toe, tot en met het vrijstellen van neerleggingsplicht voor kleine ondernemingen, maar dat durven ze hier niet, zulle. Big Brother zou ne keer minder mogelijkheden moeten hebben om watching you te kunnen doen! Tenslotte (3): de Vlaamse en Federale Regeringen worden nu al verweten Don Quichote-gewijs jacht te maken op alle door sp.a en PS opgetrokken windmolens en dan zouden ze Di Rupo’s kindeke ‘sociale balans’ kaltstellen? Onze eerste weddingschap van 2015 wordt hierbij aangegaan: van heel dat afschaffen komt in 2015 niets in huis! U mag ons er aan houden: is het anders, dan geven we een vat op 29 februari 2016!

 

Nog uit de grabbelton “reeds beloofd, nog niet van gekomen” is dat Open VLD nu toch gaat voor een modernisering van het erfrecht met als speerpunten:

  • 50% van uw nalatenschap is vrij, ongeacht het aantal kinderen. Dat zal in heel wat families op een polonaise onthaald worden! (een polonaise met/van enkel beide ouders welteverstaan…). Ouders zullen kunnen onterfd worden (daar vliegt van de weeromstuit als wraak een minstens even heftige polonaise met/van enkel de kinderen uit de startblokken)…
  • Een ruime regeling voor zorgbehoeftige kinderen zou het daglicht zien
  • En dan het nec plus ultra van een successie/schenkingsregeling: akkoorden over niet opengevallen nalatenschappen zouden mogelijk worden. Heiho! Het motto wordt: alleman rond de tafel, alle papieren op de tafel en na akkoord zijn alle latere problemen van de tafel!

 

Als bovenstaande u niet prikkelt om weer 12 maanden lang reikhalzend uit te kijken naar onze nieuwsbrief en de postbode alvast bij de buren pootje te lichten om er net dat beetje vroeger de hand op te kunnen leggen (op de nieuwsbrief, niet op de postbode), dan weten we het ook niet meer ;-)

 

Auteur: Jan Baert

De aanleg van een liquidatiereserve  biedt u de opportuniteit om de belastingdruk op dividenden uit uw vennootschap te verlagen

Eind december jl. werd in het Belgisch Staatsblad de Programmawet van 19 december 2014 gepubliceerd met daarin een aantal nieuwe fiscale maatregelen die nog toepassing vinden in 2014 of dat worden vanaf 2015.

Eén van de belangrijkste daarvan betreft de invoering van de mogelijkheid tot aanleg van een “liquidatiereserve” door kmo’s.

De aanleg van een dergelijke reserve kan bijzonder interessant zijn indien u uw vennootschap op korte of middellange termijn wenst te ontbinden en vereffenen. Maar niet alleen in dergelijke situaties kan die maatregel u belastingen laten besparen. Keert uw vennootschap regelmatig dividenden uit, dan kan een uitgekiende reserveringspolitiek er op termijn voor zorgen dat u hiervan netto een flink stuk meer overhoudt …

 

Het “vastklikken” van reserves krijgt een permanent karakter

 

De verhoging van de roerende voorheffing[1] van 10% naar 25% op liquidatieboni vanaf 1 oktober 2014 deed heel wat stof opwaaien bij de Belgische ondernemers. Dit is onze nieuwe regering niet ontgaan en aldus werd beslist om hieromtrent een nieuwe regeling uit te werken. De basis hiervan spruit voort uit het systeem van “vastklikken van reserves in kapitaal” en mondde uiteindelijk uit in de mogelijkheid tot de aanleg van een liquidatiereserve.

 

De voornaamste kenmerken van deze nieuwe maatregel

 

De aandeelhouders van een vennootschap kunnen voortaan op de jaarlijkse algemene vergadering beslissen om een deel of het geheel van de boekhoudkundige winst na belastingen te boeken op een bijzondere reserverekening binnen het eigen vermogen van de onderneming. De aanleg van een dergelijke reserverekening heeft tot gevolg dat:

 

  • er een anticipatieve heffing van 10% verschuldigd wordt op het totaal aldus gereserveerde bedrag
  • de latere uitkering van deze reserverekening volledig vrij van roerende voorheffing en van personenbelasting kan gebeuren aan de aandeelhouders bij ontbinding van de vennootschap
  • bij de latere uitkering als dividend (buiten het kader van een ontbinding) een bijkomende roerende voorheffing verschuldigd wordt van 15% of 5% al naargelang de uitkering al of niet binnen een termijn[2] van vijf jaar gebeurt.

 

Er werd door de regering beslist dat enkel kmo-vennootschappen[3] van de nieuwe maatregel kunnen genieten en dat ongeacht of de aandeelhouders natuurlijke dan wel rechtspersonen zijn. Verder is het van belang te weten dat:

 

  • de liquidatiereserve op één of meer afzonderlijke balansrekeningen moet worden geboekt en daarop ononderbroken blijven staan (tot op het moment van de uitkering)
  • de afzonderlijke taxatie van 10% door de vennootschap wordt gedragen en op basis van een bijzonder formulier via de aangifte vennootschapsbelasting moet worden bekendgemaakt aan de fiscus.

 

In tegenstelling tot bij het vastklikken van reserves in kapitaal, is het niet nodig om langs de notaris te passeren en worden de te vervullen formaliteiten aldus tot een minimum herleid wat we alleen maar kunnen toejuichen!

 

Een interessante manier om de belastingdruk op dividenden te reduceren

 

Wie vijf jaar kan wachten om de bijzondere reserverekening uit te keren onder de vorm van een dividend kan de belastingdruk daarop reduceren tot 15%, zijnde:

               

  • 10% extra vennootschapsbelasting bij de aanleg van de liquidatiereserve, en
  • 5% roerende voorheffing bij de uitkering ervan

 

Wie geen 5 jaar kan wachten zal de belastingdruk op het dividend zien stijgen tot 25% aangezien er in dat geval naast de 10% extra vennootschapsbelasting nog bijkomend 15% i.p.v. 5% roerende voorheffing dient te worden ingehouden. In dat geval heeft het dus geen zin om een liquidatiereserve aan te leggen.

De verminderde voorheffing doet de netto-opbrengst die toekomt aan de aandeelhouders als volgt stijgen en dat naargelang de vennootschapswinsten al dan niet worden onderworpen aan het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting:

De aandeelhouders die m.a.w. 5 jaar of langer kunnen wachten tot uitkering van de bijzondere reserve kunnen een merkelijk hoger nettobedrag aan dividenden naar hun privérekening overschrijven.

 

Wanneer wel opteren voor de nieuwe maatregel en wanneer niet?

 

Iedere bedrijfsleider die binnen een relatief korte tijdspanne wenst te stoppen met zijn activiteiten en zijn vennootschap wenst te liquideren, moet deze maatregel zeker en vast overwegen.

Door de 10% extra heffing bij reservering op een bijzondere reserverekening wordt immers 25% roerende voorheffing vermeden op de gereserveerde winsten. Het hoeft niet gezegd dat een dergelijk verschil van 15% op het einde van de rit een aanzienlijk bedrag kan uitmaken …

Maar wat indien het moment van ontbinding en vereffening nog 20, 30, of 40 jaar (of zelfs langer) verwijderd is? Is het in dat geval wel interessant om een deel of het geheel van de jaarlijkse winsten op een bijzondere rekening te reserveren? Wel, die vraag moeten we genuanceerd beantwoorden en hangt af van heel wat factoren …. Voor diegenen die de komende jaren geld uit hun vennootschap kunnen halen op een andere fiscaalvriendelijke(re) manier, is de bijzondere heffing van 10% misschien wel minder interessant dan op het eerste gezicht blijkt. U moet er immers rekening mee houden dat de inhouding van die bijzondere heffing nu gebeurt en er op die manier onmiddellijk een verarming van de aandeelhouders plaatsvindt. Dat geld moet immers op vrij korte termijn aan de fiscus worden betaald, daar waar het anders zou kunnen dienen ter financiering van de bedrijfsactiviteiten of om ermee te investeren in interessante investeringsprojecten die op termijn wellicht een hoger rendement opleveren.

 

Daarnaast dient u ook met de volgende aspecten rekening te houden:

 

  • Indien bij latere ontbinding van de vennootschap minder reserves aanwezig zijn (bvb. door geleden verliezen), dan wordt er nu 10% extra belasting betaald die anders nooit verschuldigd zou zijn geweest.
  • Misschien wordt de vennootschap nooit ontbonden bij uw pensionering maar wordt eerder geopteerd om de aandelen van de vennootschap over te dragen aan een geïnteresseerde koper. Bij een waardering van de aandelen wordt er in dat geval in principe geen rekening gehouden met de “latente” liquidatiebelasting.
  • Misschien heeft uw vennootschap onvoldoende liquide middelen om de extra heffing te betalen en moet er daarvoor geld geleend worden.
  • De schuldgraad van uw vennootschap zal stijgen aangezien het eigen vermogen minder snel zal aangroeien.
  • De extra heffing van 10% heeft eveneens (indirect) een impact op de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal aangezien het eigen vermogen minder snel stijgt
  • Heeft u recent een vennootschap opgericht die kan genieten van de verlaagde roerende voorheffing van 15% op uitgekeerde dividenden, dan heeft de reservering alleen maar nut indien u op relatief korte termijn de vennootschap zal ontbinden.

 

Een bijkomend gegeven waarmee nog rekening moet worden gehouden, is de toekomstige inflatie of geldontwaarding. Op vandaag is die zeer laag of onbestaande maar vroeg of laat zou dat wel eens een ander verhaal kunnen zijn.

 

Wie zijn vennootschap pas over 20 of 30 jaar wenst te ontbinden moet rekening houden dat de latente liquidatiebelasting van 25% op die manier voor een groot deel wordt uitgehold.

 

Voor exploitatievennootschappen is de maatregel alvast niet echt zinvol als er een holding boven staat. Bij latere ontbinding van de exploitatievennootschap (via geruisloze fusie of effectieve ontbinding) of bij tussentijdse dividenduitkeringen kunnen de opgepotte reserves toch geheel of voor het overgrote deel belastingvrij[4] worden uitgekeerd aan de holding.

 

In elk geval zijn we voorstander van de nieuwe gunstmaatregel ingeval de bedrijfsleider regelmatig dividenden wenst uit te keren uit zijn vennootschap. Op die manier kan de hoge belastingdruk op bedrijfswinsten toch enigszins worden gemilderd. Spijtig genoeg is de maatregel niet van toepassing op voorheen opgebouwde reserves. Die worden bij latere uitkering nog altijd onderworpen aan 25% roerende voorheffing. Maar de maatregel is zeker niet altijd even interessant voor wie één of meerdere vennootschappen heeft. We kunnen niet anders dan besluiten dat deze nieuwe maatregel ieder jaar bij de afsluiting van het boekjaar tegen het licht moet worden gehouden en er telkens goed moet worden overwogen om al of niet een deel (of het geheel) van de winst van het boekjaar op een bijzondere reserverekening over te boeken. Weet alvast dat dit thema ongetwijfeld aan bod komt bij de bespreking van de jaarcijfers van uw vennootschap bij ons op kantoor!

 

Auteur: Bart Vermoesen

 

Wie kan zijn weg nog vinden in het labyrint van de roerende voorheffing?

 

Eén van de vele belastingverhogingen onder Di Rupo was de verhoging van de roerende voorheffing. In 2011  werd het tarief verhoogd tot 21% + 4% voor bepaalde roerende inkomsten hoger dan € 20.020 en vervolgens werd het tarief in 2012 veralgemeend naar 25%.

Dit werd als een vereenvoudiging van de roerende voorheffing voorgesteld maar politici blijven nu eenmaal politici. Binnen de kortste keren werden een aantal uitzonderingsregimes ingevoerd. Eén van de uitzonderingen was het vastklikken van de reserves bij ontbinding, ondertussen opnieuw gewijzigd met de programmawet van Michel (zie voorgaand artikel van Bart). Een tweede uitzondering werd voorzien voor dividenden van bepaalde vennootschappen.

Vanaf 1 juli 2013 kunnen dividenden van aandelen op naam die worden gecreëerd als vergoeding voor een inbreng in geld in een KMO met een minimumkapitaal van minstens € 18.550 genieten van een verlaagd tarief van 15% roerende voorheffing mits naleving van een aantal voorwaarden (zie hieronder).

Dit tarief geldt zowel voor nieuwe vennootschappen als voor kapitaalverhogingen bij bestaande vennootschappen. Voor de reeds bestaande aandelen blijft het tarief uiteraard 25%.

Aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat kan worden genoten van het tarief van 15%?

 

De aandelen moeten verworven zijn met inbrengen in geld en mogen niet voortkomen van belaste reserves die werden uitgekeerd in het kader van voormelde maatregel m.b.t. het vastklikken van de reserves, met andere woorden wanneer er slechts 10 % roerende voorheffing betaald werd en de reserves onmiddellijk in het kapitaal opgenomen werden.

 

Het kapitaal moet volstort zijn bij het uitkeren van een dividend. De aandelen die gecreëerd worden moeten bovendien gewone aandelen zijn.

 

U moet deze aandelen ononderbroken in volle eigendom behouden vanaf de inbreng. Worden de aandelen later verkocht, dan geven ze in principe geen recht meer op de verlaagde voorheffing! Er bestaan wel enkele uitzonderingen (erfopvolging, schenking, belastingneutrale inbrengen, fusies, splitsingen en ermee gelijkgestelde verrichtingen).

 

Tenslotte moet u de aandelen een tijd lang in bezit hebben. Het 15%-tarief is pas van toepassing voor dividenden die ten vroegste het derde jaar na de kapitaalverhoging of de oprichting uitgekeerd worden. Het moet dan gaan om een dividend ten laste van het derde boekjaar.

 

Bijvoorbeeld: Uw vennootschap heeft een boekjaar per 31/12. Op 31 december 2014 heeft u een kapitaalverhoging in geld doorgevoerd. Voor dividenden verleend uit de winst van het boekjaar per 31/12/2017 en volgende kan u voor de nieuw gecreëerde aandelen genieten van het tarief van 15%. Dit betekent dat u pas een dividend kan uitkeren aan het verlaagd tarief bij de algemene vergadering die plaatsvindt in 2018.

 

Op een dividend ten laste van het eerste boekjaar na de kapitaalverhoging is het gewone tarief van 25% van toepassing. Op een dividend ten laste van het tweede boekjaar na de kapitaalverhoging is een tarief van 20% van toepassing.

 

Antimisbruikbepalingen

 

Een voorafgaande kapitaalvermindering, gevolgd door een kapitaalverhoging zal geen aanleiding geven tot het verlaagd tarief, tenzij de kapitaalverhoging voor een groter bedrag is gebeurd dan de kapitaalvermindering.

Een andere uitsluiting is een kapitaalvermindering bij een verbonden of geassocieerde vennootschap of andere rechtspersoon of van een natuurlijke persoon die het ingebrachte geld heeft verkregen ingevolge een kapitaalvermindering van een vennootschap waarmee deze persoon verbonden of geassocieerd is. Wat de natuurlijke personen betreft geldt deze bepaling ook voor diens echtgenoot, ouders en kinderen.

 

 

 

Bijvoorbeeld: U heeft 2 vennootschappen waarvan u privé de enige vennoot bent, vennootschap A met een kapitaal van
€ 1.000.000 en vennootschap B met een kapitaal van
€ 100.000. Het is voor deze maatregel niet toegelaten om in vennootschap A het kapitaal te verminderen om vervolgens het geld aan te wenden voor een kapitaalverhoging in vennootschap B.

 

Er is ook een antimisbruikbepaling voor een kapitaalverhoging gevolgd door een kapitaalvermindering. Een vennootschap die haar kapitaal verhoogd heeft in het kader van deze maatregel en die later overgaat tot een kapitaalvermindering, moet de kapitaalvermindering eerst aanrekenen op het nieuwe kapitaal.

 

Wat kan u hiermee doen?

 

Wanneer u een bepaalde investering overweegt, kan een kapitaalverhoging aangewezen zijn i.p.v. een lening aan uw vennootschap (die aan alle voorwaarden voldoet). Op deze wijze kan u in de toekomst voor de nieuw gecreëerde aandelen terug (gedeeltelijk) genieten van het verlaagd tarief van 15% op uitgekeerde dividenden aan uzelf.

De oprichting van een nieuwe vennootschap voor een nieuwe of bijkomende activiteit kan uiteraard ook aanleiding geven tot dit verlaagd tarief.

 

Auteur: Steven Boone

 

Webnieuws

Hieronder vindt u een aantal interessante websites die handig kunnen zijn om een aantal zaken snel op te zoeken of te simuleren.

 

Een goede financiële planning is een absolute must als zelfstandige of particulier. Enkele online tools kunnen hierbij van pas komen.

  1. Immotheker. U kent misschien Immotheker (http://www.immotheker.be) al, de online adviseur die u helpt bij het zoeken naar het geschikte hypothecair krediet. Op de website vindt u daartoe verschillende rekenmodules waarmee u kunt uitrekenen welk bedrag u kunt lenen, hoeveel interesten u zal moeten betalen, hoeveel de aankoopkosten bedragen, hoeveel een herfinanciering van uw huidig krediet u mogelijk opbrengt, …
  2. Finotheker. Dezelfde initiatiefnemers hebben nog een andere website: Finotheker ( http://www.finotheker.be ). Dit is een online ‘renteniersplanner’ die u eveneens een aantal rekentools aanbiedt (zie rubriek Simulaties). Die trachten o.a. een antwoord te geven op vragen zoals “Welk extra maandinkomen kan ik vanaf een gewenste leeftijd bekomen?” “Kan ik vanaf €100 per maand al dromen van vroeger stoppen met werken?” en “Hoe laat ik mijn spaarbudget optimaal renderen?” Daartoe moet u enkele gegevens invullen en op basis hiervan maakt Finotheker een aantal berekeningen. Er worden daarbij verschillende scenario’s of spaarplannen bekeken en vergeleken.
  3. Wisselkoersen. Via onderstaande website kan u snel omrekenen naar andere valuta.
    Meer info: http://www.netonline.be/financieel/wisselkoersen.asp
  4. Vlaams Innovatiewerk. U hebt een briljant of innovatief idee? U wil het omzetten in een proces of product om uw marktpositie te verstevigen? Dan bent u bij het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen aan het juiste adres. Meer info: http://www.iwt.be
  5. Spaargids. Vergelijk in één overzicht de best renderende spaarrekeningen en bijkomende informatie zoals minimum inleg en rentegarantie. Meer info: http://www.spaargids.be
  6. Subsidiedatabank voor de ondernemer. De overheid heeft tal van steunmaatregelen gecreëerd om het bedrijfsleven te ondersteunen. Via deze Subsidiedatabank biedt het Agentschap Ondernemen en het Enterprise Europe Network u basisinformatie over de belangrijkste steunmaatregelen van de provinciale, Vlaamse, federale en Europese overheden. Niet alleen subsidies, maar ook andere steunmogelijkheden zijn in deze databank opgenomen: zoals financieringsmaatregelen gecreëerd door de overheid, alsook fiscale en parafiscale voordelen. Meer info: http://www.agentschapondernemen.be/subsidiedatabank

 

 

 

 

 

 

 

[1] Of het overeenstemmende tarief in de personenbelasting

[2] Dewelke een aanvang neemt vanaf de laatste dag van het boekjaar waarvoor de boeking op de bijzondere reserverekening is gebeurd

[3] Kleine vennootschappen volgens artikel 15 W.Venn.

[4] De dividenden genieten bij de moeder immers van een 95% of 100%-vrijstelling onder het dbi-regime en in principe is er geen roerende voorheffing verschuldigd indien de moedervennootschap een participatie aanhoudt van minstens 10% in het kapitaal van de dochtervennootschap.